Eerste verordening voor smartcitytoepassingen in de openbare ruimte

De eerste modelverordening voor smartcitytoepassingen in de openbare ruimte is op donderdag 31 oktober gepresenteerd door Anita Nijboer, schrijver van de standaardverordening en partner bij advocatenkantoor Kennedy Van der Laan. Steeds meer steden en gemeenten willen smart worden, maar weten niet hoe ze hun smartcitytoepassingen moeten, en mógen vergunnen.

‘Ondanks dat er op dit onderwerp nog geen hogere regelgeving is, kunnen gemeenten wel regels opstellen voor deze slimme technologie in hun gemeente’, vertelt Nijboer. ‘Met deze allereerste standaardverordening voor smartcitybeleid kunnen gemeenten zien wat zelf kunnen regelen en wat niet.’

Paul Nemitz, strategisch adviseur van de DG Justitie en Consumentenzaken van de Europese Commissie en wethouder Ufuk Kâhya (Duurzame mobiliteit, Talentontwikkeling en Welzijn) van gemeente Den Bosch hebben tijdens het congres ‘Data en ethiek; Hart van AI Summit’ in Den Bosch het eerste exemplaar van de modelverordening voor smartcitytoepassingen in de openbare ruimte in ontvangst genomen. Dit werd hen aangeboden door Anita Nijboer, schrijver van het boek en Jan-Willem Wesselink, programmamanager bij de Future City Foundation en hoofdredacteur van het boek ‘Een slimme stad, zo doe je dat – Verbonden, flexibel en betekenisvol: maak de echte future city’, waar de modelverordening onderdeel van is.

Waarom is een verordening nodig?

In de digitaliserende en technologiserende stad worden via sensors en camera’s data verzameld. Die data worden gebruikt om de stad of het dorp te besturen en efficiënter te maken of door private ondernemingen voor hun bedrijfsdoelstellingen. Hiervoor is smartcitytechnologie nodig. Het spreekt voor zich dat het gebruikmaken van technische toepassingen talloze voordelen biedt om de stad leefbaarder en duurzamer te maken. Tegelijkertijd kan het constant vergaren van data en het beslissen op basis van een interpretatie van die data ook negatieve effecten hebben.

Het Rathenau Instituut heeft in het rapport Opwaarderen (2017) zeven waarden geïdentificeerd die in het gedrang kunnen komen bij het gebruik van smartcitytechnologie. Deze waarden zijn: privacy, veiligheid, rechtvaardigheid, autonomie, controle over technologie, menselijke waardigheid en machtsevenwicht. Nijboer heeft voor deze waarden onderzocht welke wetgeving er op dat moment bestond rondom deze waarden.

Uit dit onderzoek bleek dat afgezien van specifieke wetgeving op het gebied van privacy en veiligheid de regelgeving op dit punt beperkt is. Er bestaan uitsluitend algemene mensenrechten die onder meer in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de grondwet zijn vastgelegd. Een specifieke vertaling naar de smartcitytoepassingen is nog niet gemaakt. Noch op Europees niveau, noch op rijksniveau. Daarom wordt er, met het oog op smartcitytoepassingen, al gauw naar de gemeente gewezen. Maar hebben gemeenten zelf de bevoegdheid om op een bepaald punt wetgeving te maken?

Verder lezen bij de bron
Anouk Tijhuis
Recente berichten van Anouk Tijhuis (bekijk alles)
    Aftermovie Security Congres 2019
    eID - Identificatie en authenticatie